Gedichten van Helena de Boer

Dit werk is (c)opyright Helena de Boer.
Respecteer alsjeblieft het kopieerrecht.

Het Water

Het Water
loopt bij Volle Maan
onder luid gejuich der Winden
triomfantelijk en onbevreesd
onderkoeld en zonder
enige vorm van status
over de dijken
zo zij opgeworpen zijn
door de verstandigen


Om zo
-en dat is de gang der dingen-
terug te nemen
wat eens uit haar schoot
voortgekomen is

God is Groot

Met de dieren ben ik een
met de planten
Op mijn gezicht heeft de regen
boodschap aan mij
Onder mijn hart leeft
de Kleine Zwaan
die opvliegt, voor mijn ogen

zie ik de cycli zich, in eenheid
keer op keer
voltrekken
Innig
als in gebed

Maar die grijze klei

Maar die grijze klei
zal straks
als de Zon de Aarde
koesterend omarmt
en later
in de zomer
dwingend,
alsof er sprake is van haast,
zich openen als een schoot

Voor ons het ultieme genotsmoment
Ah Ah Ah wij kussen
de krokussen
de narciss(uss)en
de stulpende tulpen
in de Goddelijke Zon

Ik ben het blad

Ik ben het blad
dat net uit de knop gebarsten was,
( weet je nog hoe fris groen)
niet meer.
Maar kijk eens naar mijn kleuren!
Niet langer heb ik nodig,
de zorg van de boom, noch heeft de boom mijn hulp nodig.
Als ik val draagt de wind mij
Op weg naar een nieuw en ander leven
onder Zon en Maan

Helena    14-09-2003   Iens

Wintergodin

Gesluierd gelaat
Haar koude adem
Werpt messen in mijn gezicht
Meedogenloos

Hongerende vogels
Verzamelen zich kleumend
Rond haar gesloten schoot
Hard is de grond

Troosteloos roepen
Troepjes kraaien
Van de dood die haar geliefde is
Boodschappers

Wij dansen samen
Hij en ik
Om haar te behagen

Ontsteek daarom de vuren
Laat lange schaduwen ontstaan
Ter ere van het licht
Haar groots geschenk


-/|\-